De gemiddelde leerling voorbij

Feb 15, 2021 | 0 comments

Eisen aan nieuw lesmateriaal voor flexibel leren

19 november 2021 (plaatsing in tijdschrift Talent)
10 min leestijd
5 / 2021
Jaargang 23
Antoinette Gerichhausen.

([..] verwijst naar de referenties onderaan het artikel)

 

foto van de auteur

 Antoinette Gerichhausen

We leven in een samenleving waarin we kritisch naar het verleden durven te kijken en waarin we willen discussiëren over diepgewortelde tradities. We hebben het lef om die onder een vergrootglas te leggen, opnieuw te bezien en aan te passen aan een nieuwe, meer eigentijdse visie. Zoals bijvoorbeeld het Sinterklaasfeest of hoe we tegen de Gouden Eeuw aankijken en zo ook zagen we aan de poten van het jaarklassensysteem in het basisonderwijs.

Tot op heden zijn veel scholen nog min of meer traditioneel georganiseerd volgens het jaarklassensysteem. Deze scholen bieden aan een groep leerlingen van dezelfde leeftijd zoveel mogelijk dezelfde lesstof in hetzelfde tempo aan. Instructie wordt veelal klassikaal aangeboden, sommige leerlingen krijgen extra instructie en anderen krijgen plustaken. De te behalen leerdoelen worden getoetst met gestandaardiseerde toetsen en leerlingvolgsystemen gebaseerd op een gemiddeld te behalen resultaat.

Sinds 1998 is door de wet WSNS en later de wet op Passend Onderwijs het speciaal basisonderwijs samen met het regulier basisonderwijs georganiseerd in nieuwe samenwerkingsverbanden. Dat heeft gezorgd voor een groep met een nog grotere diversiteit in één klas. In de huidige klas zitten leerlingen die verschillen op basis van cognitie, etniciteit en cultuur daarnaast verschillen ze op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling, vaardigheden, zorgbehoeften en leerproblemen. Wanneer je deze diverse groep dezelfde lesstof wilt onderwijzen, zal je stuiten op veel problemen en zeker ook bij de hoogbegaafde leerling. De problemen vragen stuk voor stuk om oplossingen.

Gemiddelde grootste groep

De groep die het minst problemen lijkt te veroorzaken in dit jaarklassensysteem is de gecreëerde ‘gemiddelde groep’, dat is de grootste groep leerlingen die in het traditionele onderwijs wordt aangesproken in de les en het lesmateriaal. Zoals onder andere door Mooij werd geconcludeerd in zijn review over onderwijsdifferentiatie leidde dit tot het concept van de ‘gemiddelde grootste groep’.[1]

 

Doordat steeds meer leerlingen zichzelf durven laten zien en ook gezien worden, vallen er steeds meer leerlingen buiten de ‘gemiddelde groep’. Ook laten steeds meer ouders van zich horen en vragen om individuele aandacht voor hun kind. Sinds november 2020 heeft minister Slob ook bepaald dat ouders en leerlingen meer invloed krijgen in het onderwijs. Wetende dat de leerling van 2021 niet meer de leerling van twintig jaar geleden is en de informatievoorziening door het gebruik van internet een enorme vlucht heeft genomen, is het een open deur intrappen om te zeggen dat leerlingen die nu naar school gaan ander onderwijs nodig hebben.

Veel kinderen kunnen al omgaan met de computer vanaf 3 jaar en hebben een berg aan boeken, spellen en speelgoed om hen heen, waarmee ze al heel veel vaardigheden en kennis tot zich kunnen nemen. Bovendien zijn de meeste ouders bereid hun kinderen, zoveel ze kunnen, uitleg te geven op de vraag ‘Waarom…?’ Ook worden de eigen keuzes van het kind al vanaf een jonge leeftijd gerespecteerd. Duidelijk is dat kinderen met
een grote nieuwsgierigheid, maar ook met grote onderlinge verschillen op de basisschool binnen komen.

Flexibele aanpak

De roep om een flexibelere aanpak is ook groeiende vanuit de hoek van de leerkrachten, pedagogen, orthopedagogen en jonge universitair geschoolde studenten. Zij hebben zich volop gestort op nieuwe initiatieven om aan de behoeften en mogelijkheden van individuele leerlingen te kunnen voldoen (zie voorbeelden in de bijlage onderaan dit artikel). Hun streven is om het onderwijs af te stemmen op de behoeften van de eenentwintigste eeuw waarbij ze optimaal gebruik maken van de vrijheid van inrichting en inzet van nieuwe leermiddelen. Dat betekent dat de klaslokalen soms worden ingeruild voor een leerplein, de leerkracht meer een coach wordt en de leerlingen mogen vragen naar onderwerpen waarin ze zich verder willen verdiepen.

 

Deze flexibelere aanpak kan slagen als ten eerste wordt gezocht naar meer divergent gedifferentieerde oplossingen in plaats van convergente.[2] Een divergente differentiatie is onderwijs dat individueler afgestemd is op de behoefte van de leerling, convergente differentiatie is een vorm van differentiëren waarbij je de hele groep telkens bij elkaar wilt houden qua leerstofaanbod in het jaarklassensysteem. En ten tweede zoals Mooij concludeert in zijn rapport zouden we moeten streven naar ‘optimaliserend onderwijs’:
hier gedefinieerd als onderwijs waarin elke leerling, van begin tot en met het (voorlopige) eind van zijn of haar schoolloopbaan, aantoonbaar continu en relatief optimaal wordt ondersteund in belangrijke ontwikkelings- en leerprocessen.[3]

Uitdagender lesmateriaal

De mythe dat er een middengroep is, heeft met de diversiteit in het jaarklassensysteem nog twee andere nadelige gevolgen gehad voor het huidige lesmateriaal. De eerste is dat er kostbaar extra materiaal is ontwikkeld om de diversiteit aan leerbehoeften te voeden en te begeleiden, zowel plusmateriaal als ondersteunend materiaal bij achterstand. Het andere nadeel is dat het op de gemiddelde groep afgestemde materiaal weinig uitdaging biedt voor deze ‘gemiddelde leerling’. Het geeft seinen af als ‘gemiddeld scoren is goed, zoveel mogelijk horen bij die middengroep is prima en voldoende’. De kans is groot dat de leerlingen vervolgens gemiddeld gaan presteren, omdat ze op gemiddeld niveau bevraagd worden. Ze worden niet uitgedaagd tot het uiterste te gaan en zelf keuzes te maken in hoever ze willen gaan. Bij de nieuwe ontwikkeling van flexibeler leren is het de hoogste tijd om ook het lesmateriaal en de leermethoden voor bijvoorbeeld rekenen en taal hierop af te stemmen.

Als we alle leerlingen willen horen in wat zij willen leren, zal de leermethode anno 2021 flexibel, divergent gedifferentieerd ingericht moeten worden, zodat elke leerling op zijn eigen snelheid de tijd kan nemen die hij of zij nodig heeft om het leerdoel te behalen op het gewenste niveau. De leermethode zal bovendien uitdagend moeten zijn op het hoogste niveau, zodat ook hoogbegaafde leerlingen het hoogst haalbare uit henzelf kunnen halen: optimaliserend onderwijs. Geen begrenzing door einddoelen op basis van het gemiddelde maar op een oneindige wijze ingericht, zodat een naar eigen behoefte haalbaar niveau behaald kan worden op een door hen zelf bepaalde wenselijke snelheid. Hierbij is het nodig dat de inrichting van het lesmateriaal zorgt voor ondersteuning van de autonomie van de leerling. De leerlingen kunnen dan zelfstandig aan het leren gaan, krijgen de stappen uitgelegd die zij moeten zetten en krijgen de keuzes uitgelegd die ze kunnen maken. De leerling krijgt the lead.

Wat mogen we dan van dit nieuwe lesmateriaal verwachten dat divergent gedifferentieerd is ingericht, onbegrensde einddoelen bevat en de leerling de hoofdrol geeft?

 

“… gezien de grote aanvangsverschillen tussen vierjarige kinderen in het PO, houdt ‘gelijkheid van onderwijskansen’ in werkelijkheid in dat ‘ongelijke’ kinderen ‘ongelijk maar adequaat’ onderwijs gaan verkrijgen” (Mooij, 2016-2, pp. 481).

Het nieuwe lesmateriaal

Mijn inzet is leerlingen zelf de verantwoordelijkheid geven in het lesmateriaal. Zij alleen weten wat ze willen leren, hoe snel ze dat willen leren en op welk niveau ze het willen leren. Het lesmateriaal biedt diverse mogelijkheden aan waarop de leerling de leerdoelen kan leren. De leerling ondervindt door te doen welke manier het beste werkt voor hem/haar. Ieder hoofdstuk is niet alleen gevuld met eenvoudige denkopdrachten maar ook met hogere orde denkopdrachten. De begaafde leerlingen kunnen snel na de eerste basisopdrachten kiezen om de alternatieve, creatieve opdrachten te maken of te kiezen de tussentijdse toets te maken om te kijken of de leerdoelen al behaald zijn. Na de toets, mits voldoende gescoord, kunnen ze zich nog verder verdiepen of verdergaan met een volgend onderwerp.

Andere leerlingen zien ook de begaafde leerlingen aan het werk en vice versa. Ze inspireren elkaar om een taak anders aan te pakken of om een sprong in het diepe te maken, uitdaging te vinden in oplossingen bedenken en keuzes te leren maken in wat ze willen leren en op welke manier. Als het lesmateriaal de leerlingen oproept zelf keuzes te maken, creativiteit in te zetten, hen inspireert hun verbeelding te gebruiken en hen de keuze geeft om door te gaan naar een volgend onderwerp, zullen ze meer uitgedaagd worden het hoogst haalbare uit zichzelf te halen en zullen ze niet blijven bungelen rond het gemiddelde omdat dat wel oké is.

Met behulp van verbeelding en creativiteit zal iedere leerling zich ontplooien tot zijn/haar topniveau. De leerkracht/coach geeft de leerling vertrouwen en steunt zijn of haar pad. Soms zal het nodig zijn leerlingen uit hun comfortzone te halen en hen iets nieuws te laten uitproberen: te durven, te doen en te dromen. In een omgeving waar het bruist en alle leerlingen aan het oefenen en uitproberen zijn, en met vallen en opstaan zich verder ontwikkelen, zal het gemakkelijker zijn om fouten te maken. Aangezien we leren van onze fouten, kunnen we ons verder ontwikkelen. De leerlingen kiezen hun eigen leerweg en de begeleider kan de meeste tijd inzetten met het observeren en aanmoedigen van de leerlingen tijdens het werk.

Uitwerking van een lesmethode voor het nieuwe onderwijs
 

       Model van Belle Wallace, Londen Nace

Als leerlingen zelf verantwoordelijk zijn in de lesmethode worden ze actief aangespoord hun denkvermogen in te zetten voor hun eigen leerproces. Het zal hen uitdagen om effectief aan het werk te gaan en daarmee zullen ze ook anderen stimuleren hetzelfde te doen en te durven. We prikkelen de leerlingen in het lesmateriaal door hen het overzicht te bieden, de leerdoelen centraal te stellen, door hen op details uit te dagen zelf op onderzoek uit te gaan (bijvoorbeeld door al een tipje van de sluier op te lichten van een volgend hoofdstuk) en met opdrachten die om creatieve oplossingen vragen waarvoor ze hun analytische, associatieve denkvaardigheden kunnen inzetten. 

Bij de diversiteit aan opdrachten wordt ook gedacht aan de beelddenker, aan de top-down lerende, aan de dove leerling en ook aan de leerling die liever tekent of muziek maakt. De leerlingen hoeven alleen die opdrachten te maken waarvan zij zelf denken dat zij daarmee de leerdoelen halen van het hoofdstuk en waarmee zij ervaren gemotiveerd te kunnen blijven om die leerdoelen te leren. Zo kan iedere leerling op eigen wijze de lesstof oefenen en inzicht krijgen in zijn/haar denkvermogen. Leerlingen mogen tussentijdse toetsen maken die hen testen of ze de lesstof al begrijpen en dan mogen ze keuzes maken om meer uitdagende opdrachten te maken over hetzelfde onderwerp of verder te gaan met een volgend onderwerp. Er is geen eindlimiet qua niveau aan het vak, ze kunnen zo snel en zo diepgaand als ze willen doorgaan op een vak. De tests doen slechts een beroep op de basisvaardigheden, de coach steunt en stimuleert de leerlingen in hun eigen ontwikkeling/op hun eigen weg, de leerlingen leggen hun gemaakte producten vast in een portfolio.

 Om het lesmateriaal zo in te richten dat het de leerlingen zelf verantwoordelijk maakt voor hun leerproces is het TASC-model van Belle Wallace omgevormd tot het didactische model van het materiaal. [4]

Leren volgens dit omgevormde didactische model biedt elke leerling de kans om zelfverantwoordelijkheid te dragen bij het leren van de leerdoelen, leert hen keuzes te maken op eigen niveau en snelheid en leert hen andere executieve vaardigheden van het vak ‘leren’. Belangrijk is dat in de leermethode zelf, de leerlingen de weg wordt gewezen door het boek heen. Ze worden gewezen op de keuzes die ze kunnen maken en wat het belangrijkste is van het hoofdstuk. De leerling zal aan de leerkracht vragen om iets uit het hoofdstuk te presenteren en om samen het werk te evalueren. De leerlingen zijn dan in the lead, de leerkracht volgt hen in hun leerproces en stuurt bij daar waar nodig.

Een uitgewerkt voorbeeld van dit didactische model zoals het ook is verwerkt in de Juan y Rosa-leermethode en in het nieuwe projectonderwijs van PONTE-Cino.

Het zou een vooruitgang in uitdagingen en flexibiliteit van leren teweeg brengen als voor taal en rekenen de bijbehorende leermethodes zo zouden worden ingericht. Het biedt namelijk mooie kansen om samen te werken met de diverse groep leerlingen waaruit een groep kan bestaan. Die groep kan bestaan uit leerlingen met verschillende leeftijden, niveau, interesse en leerwijze. Iedere leerling vindt zijn eigen weg tijdens het ontdekken van het te leren doel, de TASC. Als de leermethode vervolgens keuzemomenten inbouwt waarop de leerling kan kiezen voor herhalen van oefeningen, voor alle/andere oefeningen maken, voor zelf verder onderzoeken of doorgaan naar een volgend onderwerp, omdat de test goed verliep, voelt iedere leerling zich in zijn eigen kracht groeien en zal ontdekken wat leren inhoudt.

De leerkracht kan de flexibele lesstof gemakkelijk aanpassen aan het niveau van zijn individuele extra hulp vragende leerling. De leerling zal telkens met een andere groep verder werken aan de volgende en aan de eigen leerdoelen. En de verschillen op basis van cognitie, etniciteit en cultuur, sociaal-emotionele ontwikkeling, vaardigheden, zorgbehoeften en leerproblemen zullen een geheel andere vorm aan gaan nemen, die zullen geaccepteerd worden omdat het gewoon zo is en gezien wordt, beleefd wordt, ervaren wordt door de leerlingen zelf. Het zal bruisen van verscheidenheid onderling tussen de leerlingen wat weer kan leiden tot inspirerende leerpleinen waar de leerling een diversiteit aan leermogelijkheden ervaart en een diversiteit aan leermateriaal kan vinden om uit te kiezen.

Geraadpleegde literatuur en websites

Referenties
[1] Mooij, T. (2016-1). Onderwijsdifferentiatie en leerlingproblemen in Nederland, 1916-2015: Review van probleemanalyses, onderzoeken en effecten van beleidsmaatregelen’. Amsterdam University Press. Geraadpleegd van https://www.academia.edu/28532987/Mooij_T_2016_Onderwijsdifferentiatie_en_leerlingproblemen_in_Nederland_1916_2015_Review_van_praemail_work_card=view-paper

[2] Appelhof P. & Van der Vegt A.L. (2015). Flexibilisering in het basisonderwijs: een historisch overzicht. Oberon & Kohnstamm instituut. Geraadpleegd van https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/rapporten/2015/11/13/studie-flexibilisering-in-het-basisonderwijs-eenhistorisch-overzicht.

[3] Mooij, T. (2016-2). ‘Optimaliserend Onderwijs’ voor elke leerling. Multiniveau theoretisch ontwerp en praktijkontwikkeling. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 55(10), 459-483. Geraadpleegd van
https://www.academia.edu/28557826/Mooij_T_2016_Optimaliserend_Onderwijs_voor_elke_leerling_Multiniveau_theoretisch_ontwerp_en_praemail_work_card=abstract-read-more

[4] Wallace, B. (2020, 21 juli). Belle Wallace. Geraadpleegd van https://www.nace.co.uk/members/Default.asp?id=58644032&hhSearchTerms=%22tasc%22

Bijlage

Enkele voorbeelden van een andere kijk op het onderwijs:

  • Op de laatste SLO conferentie begin maart 2020, lijkt een eeuw geleden door de gevolgen van COVID-19, sprak Luc Greven over de mogelijke oplossing voor het onderwijs van de toekomst door het kantelen van het onderwijs op drie punten. Hij had het over de educatieve basisdriehoek, leraar, leerling en lesstof, die gekanteld zou moeten worden. Kantelen klinkt enigszins als omdenken, een omslag maken van klassieke leerkracht naar persoonlijke coach, van informatie ontvangende leerling naar informatie vragende leerling die les krijgt gebaseerd op een individueel ontwikkelingsproces waarbij de lesstof wordt aangepast aan zijn behoefte. Veel scholen zijn al onderweg op dit pad van individueler onderwijs en coaching door de leerkracht.
  • Het Agora onderwijs in Roermond (https://www.verenigingagoraonderwijs.nl/) De onderwijskunstenaar Sjef Drummen is co-founder van Niekée Roermond en Agora Roermond. Een creatieve ‘out of the box’-denker met radicale ideeën. Samen met drie anderen hebben ze een geheel ander onderwijs opgezet. Ze hebben van het schoolgebouw een ruimtelijke uitdaging gemaakt “… die kinderen motiveert en recht doet aan de verschillen tussen kinderen. Ieder kind leert op zijn of haar manier” (https://www.verenigingagoraonderwijs.nl/) In oktober 2019 verscheen zijn boek Catharsia. Daarin neemt hij afstand van de gedachte dat onderwijs over kennisoverdracht gaat en strijdt hij voor volledig autonoom leren van iedere leerling.
  • Vervolgens is er de oproep van Willem Wind voor ander onderwijs voor hoogbegaafden (https://ikbenhoogbegaafd.nl/nieuwewebsite-open-space-onderwijs/). Hij pleit voor Top-down Onderwijs waardoor iedere leerling met een passend diploma de school kan verlaten. Deze onderwijsvorm is ideaal voor hoogbegaafde leerlingen en geschikt voor de meeste andere leerlingen. (Top-down Onderwijs: https://ikbenhoogbegaafd.nl/top-down-onderwijs/)
  • Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs is een groep hoogleraren, studenten onderwijswetenschappen, onderwijsdirecteuren en begeleiders in het onderwijs, die eveneens pleiten voor een fundamentele verandering in het onderwijs en willen het jaarklassensysteem vervangen door een ontwikkelingsgericht onderwijssysteem (https://www.taskforceoo.nl).

Over Antoinette:

Antoinette werkt zelfstandig als schrijver, editor en is uitgever van de boeken van Juan y Rosa, zelfstandig Spaans leren op de basisschool. Deel 1 van de serie is in 2005 uitgebracht en het bestaat inmiddels uit drie delen. Leerlingen kunnen zes jaar achtereenvolgend Spaans leren op de basisschool als extra uitdaging. Twee delen zijn vertaald voor de Engelstalige leerling en er zijn plannen om twee delen te vertalen voor de Duitstalige leerling. 

Meer informatie over haar is te vinden op de website en op LinkedIn.

 

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published.