De gemiddelde leerling voorbij

Feb 15, 2021 | 0 comments

Over het nieuwe lesmateriaal horend bij het nieuwe leren
(Antoinette Gerichhausen)

Anno 2021 leven we in een samenleving waarin we kritisch naar het verleden durven kijken en met verve willen discussiëren over diep ingewortelde tradities. We hebben het lef om die onder een vergrootglas te leggen, opnieuw te bezien en aan te passen aan een nieuwe, meer eigentijdse, gedragen visie. Dat doen we met bijvoorbeeld het Sinterklaasfeest en de naam van zijn Pieten, we bespreken het ‘gouden’ randje van de Gouden Eeuw en er wordt gezaagd aan de poten van het jaarklassensysteem in het basisonderwijs. Stuk voor stuk mooie discussies die hopelijk leiden tot meer inzicht in dat wat er is, waarom het er is en hoe we het anders willen. Over het vernieuwen van het lesmateriaal voor ‘het nieuwe leren’ wil ik het graag met u hebben.

 

Het basisonderwijs anno 2021

Tot op heden zijn veel scholen nog min of meer traditioneel georganiseerd volgens het jaarklassensysteem. Deze scholen bieden aan een groep leerlingen van dezelfde leeftijd zoveel mogelijk dezelfde lesstof aan. Instructie wordt veelal klassikaal aangeboden, sommige leerlingen krijgen extra instructie en anderen krijgen plustaken. Op een gecontroleerde wijze wordt geprobeerd dezelfde lesstof in ongeveer hetzelfde tempo te onderwijzen. De te behalen leerdoelen worden getoetst met gestandaardiseerde toetsen en leerlingvolgsystemen gebaseerd op een gemiddeld te behalen resultaat.

Sinds 1998 is door de wet WSNS en later de Wet op Passend Onderwijs het speciaal basisonderwijs samen met het regulier basisonderwijs georganiseerd in nieuwe samenwerkingsverbanden. Dat heeft gezorgd voor een steeds inclusiever geworden groep leerlingen in de klas, een groep met een nog grotere diversiteit in één klas met als overeenkomst de leeftijd. In de huidige klas zitten leerlingen die verschillen op basis van cognitie, etniciteit en cultuur en die verschillen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling, vaardigheden, zorgbehoeften en leerproblemen. En die diversiteit is een bruisend geheel van jonge energie. Om deze diverse groep dezelfde lesstof te onderwijzen stuit op veel problemen die stuk voor stuk om oplossingen vragen.

De groep die het minst problemen veroorzaakt in dit jaarklassensysteem is de gecreëerde “gemiddelde groep”, dat is de grootste groep leerlingen die in het traditionele onderwijs wordt aangesproken. Zoals onder andere door Mooij (2016-1) werd geconcludeerd in zijn review over onderwijsdifferentiatie leidde het op basis van het traditioneel aangestuurd onderwijssysteem tot dit concept van de ‘gemiddelde grootste groep’. En door de grotere diversiteit vallen er steeds meer leerlingen uit die gemiddelde groep; zowel leerlingen die het gemiddeld te behalen resultaat niet (kunnen) halen als leerlingen die het met gemak ((zouden) kunnen) halen maar niet (meer) uitgedaagd worden.

 

Steeds meer leerlingen en ouders laten van zich horen en vragen om individuele aandacht en onderwijs. Sinds november 2020 heeft minister Slob ook bepaald dat ze meer invloed krijgen in het gewenste onderwijs. De roep om deze meer flexibelere aanpak is niet alleen groeiende vanuit de leerlingen en hun ouders maar ook leerkrachten, pedagogen, orthopedagogen en jonge universitaire geschoolde studenten hebben zich volop gestort op nieuwe initiatieven om aan de behoeften en mogelijkheden van individuele leerlingen te kunnen voldoen (zie bijlage).

Het gaat om onderwijsinitiatieven die vallen onder de naam ‘het nieuwe leren’. Het streven van die scholen is om het onderwijs af te stemmen op de behoeften van de 21ste eeuw. Die scholen maken optimaal gebruik van de vrijheid van inrichting. Bij die nieuwe initiatieven van onderwijs zijn bijvoorbeeld de klaslokalen ingeruild voor een leerplein, de leerkracht is de coach van een groep leerlingen geworden en de leerling mag vragen naar het onderwerp waarover hij meer wil leren. Denk onder anderen aan de scholen van het Agora onderwijs, het Open Space Onderwijs, het Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs (bijlage) en de al eerder ontstane plusklassen en ‘Day a Week School’.

Die flexibelere aanpak kan slagen als ten eerste wordt gezocht naar meer divergent gedifferentieerde oplossingen in plaats van convergente (Appelhof en van der Vegt, 2015) Een divergente differentiatie is onderwijs dat individueler afgestemd is op de behoefte van de enkele leerling, convergente differentiatie is een vorm van differentiëren waarbij je de hele groep telkens bij elkaar wilt houden qua leerstofaanbod volgens het jaarklassensysteem. En ten tweede zoals Mooij (2016-2) concludeert in zijn rapport zouden we moeten streven naar ‘optimaliserend onderwijs’:

 

Het beoogde ‘Optimaliserend Onderwijs’ wordt hier gedefinieerd als onderwijs waarin elke leerling, van begin tot en met het (voorlopige) eind van zijn of haar schoolloopbaan, aantoonbaar continu en relatief optimaal wordt ondersteund in belangrijke ontwikkelings- en leerprocessen (Mooij, 2016-2, pp. 467).

Uitdagender lesmateriaal

Bij deze ontwikkeling van flexibeler leren is het de hoogste tijd om ook het lesmateriaal en de leermethoden, zoals bijvoorbeeld rekenen en taal, af te stemmen op deze nieuwe ontwikkeling in het onderwijs. Als de leerling gehoord wordt in wat hij wil leren, zal de nieuwe leermethode anno 2021 flexibel, divergent gedifferentieerd, ingericht moeten zijn zodat de leerling op zijn eigen niveau en op zijn eigen snelheid de tijd kan nemen die hij nodig heeft om het leerdoel te behalen op het niveau naar wens. Daarnaast zal de leermethode uitdagend moeten zijn op het hoogste niveau zodat de leerling het hoogst haalbare uit zich zelf kan halen: optimaliserend onderwijs. Geen begrenzing door einddoelen, maar zodanig oneindig ingericht dat een naar eigen behoefte haalbaar niveau behaald kan worden.

Het nieuwe lesmateriaal zullen we dus flexibeler en uitdagender moeten inrichten. Daarover wil ik nog graag verder in discussie gaan met u in dit artikel. Hoe richten we het lesmateriaal zodanig in dat het flexibel is en onbegrensd uitdagend.

De mythe van het aanspreken van de grootste middengroep in het lesmateriaal

Zowel in de klas als in het lesmateriaal en de toetsing spreken we de groep traditioneel aan op een gemiddeld intelligentieniveau. Door de wet op Passend Onderwijs en het verlangen naar meer inclusiever onderwijs is het aantal leerlingen dat in de ‘gemiddelde groep’ valt verhoudingsgewijs kleiner geworden. Een nadelig gevolg is dat er heel veel aanvullend kostbaar extra materiaal ontwikkeld moest worden om de diversiteit aan leerbehoeften te voeden en te begeleiden, zowel plusmateriaal als ondersteunend materiaal bij achterstand. Een ander nadeel is dat het bestaande op de gemiddelde groep afgestemde materiaal weinig uitdaging biedt voor de gemiddelde leerling. Het geeft seinen af als gemiddeld scoren is goed, zoveel mogelijk horen bij die middengroep is prima en voldoende. De leerling gaat dan ook vervolgens gemiddeld presteren, omdat hij op gemiddeld niveau bevraagd wordt. Waar blijven die tienen?

De leerling van 2021 is niet meer de leerling van 20 jaar geleden. De informatievoorziening door het gebruik van internet heeft een enorme vlucht genomen. Het is dan ook een open deur intrappen om te zeggen dat leerlingen die nu naar school gaan veel meer informatiebronnen tot hun beschikking hebben dan de leerlingen uit de vorige eeuw. Veel kinderen kunnen al omgaan met de computer vanaf 3 jaar, hebben een berg aan boeken, spellen en speelgoed om hen heen waarmee ze al heel veel vaardigheden en kennis tot zich kunnen nemen. Bovendien zijn de meeste ouders bereid hun kroost alles uit te leggen (zo veel ze kunnen uiteraard) op de  vraag “Waarom?” en worden de keuzes van hun kroost al vanaf een jaar gerespecteerd. Duidelijk is dat kinderen met een grote nieuwsgierigheid maar ook met grote onderlinge verschillen op de basisschool binnen komen.

“… gezien de grote aanvangsverschillen tussen vierjarige kinderen in het PO, houdt ‘gelijkheid van onderwijskansen’ in werkelijkheid in dat ‘ongelijke’ kinderen ‘ongelijk maar adequaat’ onderwijs gaan verkrijgen” (Mooij, 2016-2, pp. 481).

Het nieuwe lesmateriaal

De kernwoorden voor het nieuwe lesmateriaal zijn: uitdagend op oneindig niveau, flexibel ingericht en met ingebouwde keuzemomenten.

Mijn inzet is om al het lesmateriaal super uitdagend te maken, zodanig dat ook de leerling die voorop loopt (de hoogbegaafde) en de lesstof al begrijpt, uitdaging vindt in alternatieve, creatieve opdrachten of de keuze krijgt om verder te gaan met een volgend onderwerp. Andere leerlingen zien ook die leerling die al verder is aan het werk en worden mogelijk door hem geïnspireerd om een taak anders aan te pakken of om een sprong te maken in het diepe, uitdaging te vinden in oplossingen bedenken en keuzes leren te maken in wat ze willen leren en op welke manier. Elk kind kan alles leren, als hij het ook wil. (Een slogan die ik van huis mee kreeg en waarvan ik dagelijks profijt ervaar.) Dat als uitgangspunt nemende, betekent dat elk kind het hoogst haalbare uit zich zelf gaat halen en niet het gemiddelde omdat dat ook wel oké is. Zijn verbeelding en creativiteit zal zich ontplooien tot zijn topniveau. De leerkracht/coach geeft hem vertrouwen en steunt hem op zijn pad. Soms zal het nodig zijn om een leerling uit zijn comfortzone te halen en hem iets nieuws te laten uitproberen, te durven en te doen. Maar in een omgeving waar het bruist en alle leerlingen aan het oefenen en uitproberen zijn, en met vallen en opstaan zich verder ontwikkelen is het gemakkelijker om fouten te maken.

Uitgaan van de hoogbegaafde leerling in een lesmethode betekent rekening houden met de analytische, creatieve en associatieve denkwijze van de hoogbegaafde leerling. We prikkelen deze leerling door hem het overzicht te bieden en door hem op details uit te dagen (bijvoorbeeld door al een tipje van de sluier op te lichten van een volgend hoofdstuk) en met uitdagende naar creatieve oplossingen vragende opdrachten. Hij mag tussentoetsen maken die hem testen of hij de lesstof al begrijpt en dan mag hij keuzes maken om meer uitdagende opdrachten te maken over hetzelfde onderwerp of verder gaan met een volgend onderwerp. Er is geen eindlimiet aan het vak, hij kan zo snel en zo ver als hij wil doorgaan op een vak. De coach doet slechts een beroep op de basisvaardigheden en steunt hem in zijn eigen ontwikkeling.

Het lesmateriaal is flexibel ingericht zodat iedere leerling op zijn eigen wijze de lesstof kan oefenen en vaardig worden. Dus ook aan de beelddenker wordt gedacht, aan de top-down lerende, aan de dove leerling en ook aan de leerling die liever tekent of muziek maakt. Die laatste twee leerlingen hoeven alleen de basisstof te beheersen en mogen dan andere vakken invullen ernaast.

Ik pleit verder voor het inrichten van ieder hoofdstuk/onderdeel van het vak volgens een didactische omvorming van het TASC model van Belle Wallace. Leren volgens dit model biedt elke leerling de kans om zelfverantwoordelijkheid te dragen bij het leren van de leerdoelen en leert hem keuzes te maken op eigen niveau en snelheid en andere executieve vaardigheden van het vak ‘leren’.    

  • De leerdoelen worden open en bloot weergegeven op de eerste pagina van het hoofdstuk. Dit kan gedaan worden in beelden en/of in een overzicht van toepassingen van het thema.
  • Vervolgens worden de leerlingen uitgenodigd te overleggen wat ze al van het thema en/of de leerdoelen weten en of ze de leerdoelen nauwgezet willen
  • Dan zijn er vervolgens heel veel manieren, oefeningen te bedenken om te gaan werken met het thema om de leerdoelen te behalen.
  • Leerlingen mogen kiezen welke oefeningen ze nodig denken te hebben (ze mogen ook zelf oefeningen bedenken) en met welke oefeningen ze het gemakkelijkst het leerdoel (denken te) behalen.
  • Gaandeweg zal iedere leerling ontdekken met welke oefeningen hij het beste werken kan: met veel beelden, met voorbeelden, met tekst, met video’s, audiobestanden of met puur getallen of een combinatie ervan. Dat delen we met elkaar.
  • Vervolgens wordt er getest of de stof begrepen is en geëvalueerd wat de leerling geleerd heeft en of hij nog extra oefeningen wilt maken, herhalingen gaat doen of het volgende onderwerp gaat aanpakken.

Het zou een vooruitgang in uitdagingen en flexibiliteit van leren teweeg brengen als voor ieder vakgebied de bijbehorende leermethode zo zou worden ingericht. Het biedt namelijk mooie kansen om samen te werken met de diverse groep leerlingen waaruit een groep kan bestaan, niet alleen op basis van verschil van leeftijd of niveau maar ook op interesse en leerwijze. Iedere leerling vindt zijn eigen weg tijdens het ontdekken van het te leren doel, de TASC. Als de leermethode vervolgens keuzemomenten inbouwt waarop de leerling kan kiezen voor herhalen van oefeningen, voor alle (de andere) oefeningen maken, voor zelf verder onderzoeken of doorgaan naar een volgend onderwerp, omdat de test goed verliep, voelt iedere leerling zich in zijn eigen kracht groeien en zal ontdekken wat leren inhoudt. De leerkracht kan bovendien de flexibele lesstof gemakkelijk aanpassen aan het niveau van zijn individuele extra hulp vragende leerling. De leerling zal telkens met een andere groep verder werken aan zijn eigen leerdoelen.

En de verschillen op basis van cognitie, etniciteit en cultuur, sociaal-emotionele ontwikkeling, vaardigheden, zorgbehoeften en leerproblemen zullen een geheel andere vorm aan gaan nemen, die zullen geaccepteerd worden omdat het gewoon zo is en gezien wordt, beleefd wordt, ervaren wordt door de leerlingen zelf. Het zal bruisen door de verscheidenheid en leiden tot inspirerende leerpleinen waar de leerling een diversiteit aan leermateriaal kan vinden om uit te kiezen.

Dank u wel voor uw aandacht!

“What good is for the best is good for the rest”, luidt de toepasselijke slogan van dit jaar van het landelijke orgaan voor intern begeleiders, afdeling Specialisten Begaafdheid (LBBO-SB).

Geraadpleegde literatuur en websites
Klik hier om de bronnen te raadplegen.

Over Antoinette:

Antoinette werkt zelfstandig als schrijver, editor en is uitgever van de boeken van Juan y Rosa, zelfstandig Spaans leren op de basisschool. Deel 1 van de serie is in 2005 uitgebracht en het bestaat inmiddels uit drie delen. Leerlingen kunnen zes jaar achtereenvolgend Spaans leren op de basisschool als extra uitdaging. Twee delen zijn vertaald voor de Engelstalige leerling en inmiddels zijn er ook plannen om twee delen te vertalen voor de Duitstalige leerling. 

Meer informatie over haar is te vinden op de website en op LinkedIn.

 

0 Comments